Natuurrubber is een bijzonder materiaal. Hoewel synthetische rubber al ruim een eeuw beschikbaar is, blijft dit een inferieur product. Het is wetenschappers nooit gelukt om alle eigenschappen van natuurlijk rubber na te maken.
In de EU gebruiken we jaarlijks ruim 1 miljoen ton aan natuurrubber. Dit moeten we allemaal importeren van buiten Europa, aangezien wij geen rubberplantages hebben. De rubberboom (Hevea) groeit namelijk in tropische klimaten.
Helaas staat de wereldwijde rubberproductie onder druk.
De rubberboom is kwetsbaar voor allerlei ziektes - rubberplantages zijn vrijwel allemaal monoculturen die bestaan uit genetisch indentieke stekjes - en klimaatverandering zorgt voor zowel droogte als overstromingen die rubberboeren geen goed doen.
We kampen dus met een rubbercrisis en als we niets doen, hebben binnen afzienbare tijd geen auto- en fiestbanden meer. Latex handschoenen of condooms kunnen we dan eveneens op onze buik schrijven.
Geen wonder dat de Europese Unie serieus zoekt naar alternatieven bronnen van natuurrubber.
Grofweg zijn er twee serieuze kandidaten:
- Guayule - een struikgewas uit het zuidwesten van de Verenigde Staten
- de Russische paardenbloem uit Centraal-Azië
Beide planten produceren een vorm van latex die hypo-allergeen is: vooral handig in gebruik van handschoenen en voorbehoudsmiddelen. Bovendien kunnen beide gewassen geteeld worden in Europa.
Guayule gedijt het beste warme klimaten die we kunnen vinden in Griekenland, Zuid-Spanje, Italië en delen van Frankrijk. Volgens onderzoekers kan deze plant jaarlijks zo'n 500 kg tot een ton latex per hectare opbrengen. Oftewel we zouden ongeveer 1 à 2 miljoen hectare met Guayule aan moeten planten om de EU zelf-voorzienend qua rubber te maken. (Dit is ongeveer een kwart van het oppervlakte van Nederland.)
De Russische paardenbloem groeit prima in koudere delen van Europa. Hoewel met 150 kg latex per hectare de opbrengst lager is, kunnen we in een groter deel van de EU latex produceren.
De teelt van deze gewassen heeft allerlei voordelen. Zo kan de verwerking van guayule-latex structurele werkgelegenheid creëren in Zuid-Europa. Hoewel door met name toerisme de afgelopen jaren de werkloosheid in dit deel van ons continent sterk is afgenomen, blijft dit een fragiele situatie.
Zeker gezien de toegenomen protesten tegen massatoerisme en de vaak laagbetaalde banen in de toerismesector, is diversificatie van de economie absoluut gewenst.
Voor beide gewassen geldt dat de locale productie en verwerking van rubber, tot kortere aanvoerlijnen zal leiden. Hierdoor kunnen we eveneens een reductie in de CO2 uitstoot van de scheepvaart realiseren.
Zowel de teelt van guayule als de Russische paardenbloem biedt kansen voor Europese boeren. Natuurrubber is een hoogwaardig product en kan landbouwers een stabiel inkomen verschaffen. Zeker nu in tijden dat de sector onder druk staat.
Bovendien kan de overstap naar latex-gewassen helpen om onze enorme landbouwoverschotten te verkleinen. De Europese landbouw is zo productief dat wij meer voedsel telen dan wij zelf kunnen consumeren. Deze overschotten exporteren wij naar met name ontwikkelingslanden.
Hoewel dat op het eerste gezicht leuk klinkt, draaien wij hiermee de lokale landbouw de nek om. Vanzelfsprekend leidt deze praktijk tot veel kritiek op ons collectieve landbouwbeleid. Dit komt onze relatie met het Globale Zuiden niet bepaald ten goede.
Zodoende kan een dergelijke overstap de Europese Unie helpen niet alleen zelf-voorzienend te worden wat betreft rubber maar kunnen we tegelijk ons imago als dumper van landbouwproducten aanpakken.